Wat staat er op het spel?

Mensenrechten en kinderrechten vormen de ethische basis voor een rechtvaardige en inclusieve samenleving, gedragen door het kader van de Verenigde Naties en organisaties zoals UNICEF en UNESCO. De duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) vertalen deze rechten naar concrete actiepunten voor onderwijs, gezondheid, klimaat en sociale rechtvaardigheid. 

In deze context staat veel op het spel: wanneer labels richtinggevend worden, komen fundamentele rechten onder druk te staan—zoals het recht op gelijke kansen, het recht op ontwikkeling en het recht om niet gereduceerd te worden tot één kenmerk—waardoor onderwijs dreigt te vertrekken van diagnoses in plaats van van kansen en ontwikkeling.

Kinderrechten (UVRK)

De toenemende focus op diagnoses en labels raakt aan fundamentele rechten van het kind zoals vastgelegd in het Verdrag inzake de Rechten van het Kind (1989).

Artikel 3 – Belang van het kind:
Beslissingen over diagnostiek of medicatie moeten vertrekken vanuit het belang van het kind, niet vanuit administratieve of maatschappelijke druk. Wanneer labelen gebeurt om het systeem werkbaar te houden in plaats van het kind te ondersteunen, komt dit principe onder druk te staan.

Artikel 12 – Recht op inspraak:
Kinderen worden vaak onvoldoende betrokken bij beslissingen over hun begeleiding of behandeling. Een label kan dit recht beperken wanneer keuzes “voor het kind” worden gemaakt zonder zijn of haar stem mee te nemen.

Artikel 23 – Rechten van kinderen met een handicap:
Dit artikel benadrukt het recht op aangepaste zorg en inclusie. Een label kan echter leiden tot uitsluiting in plaats van hulpmiddel wanneer het wordt gebruikt als selectiecriterium in plaats van hulpmiddel voor ondersteuning.

Artikel 28 & 29 – Recht op onderwijs en ontwikkeling:
Onderwijs moet gericht zijn op de volledige ontplooiing van elk kind. Een eenzijdige focus op gedragsregulering of medicatie kan die brede ontwikkeling beperken.

Een kinderrechtenperspectief vraagt daarom dat scholen en ouders kinderen niet reduceren tot hun diagnose, maar benaderen als unieke individuen met ontwikkelingskansen.

Mensenrechten (UVRM)

Zorg en onderwijs vertrekt vanuit menselijke waardigheid en autonomie. Dit uitgangspunt komt onder druk te staan wanneer kinderen herleid worden tot labels die hun identiteit en mogelijkheden vernauwen.

Artikel 1 – Gelijkwaardigheid:
Psychiatrisering kan leiden tot stigmatisering en uitsluiting, wat haaks staat op het principe dat alle mensen gelijkwaardig zijn, ongeacht gedrag of label.

Artikel 25 – Recht op gezondheid en welzijn:
Dit recht impliceert toegang tot verantwoorde en ethische zorg. Wanneer maatschappelijke druk of commerciële belangen leiden tot onnodige medicalisering, wordt dit recht aangetast.

Artikel 26 – Recht op onderwijs:
Onderwijs moet bijdragen aan de volledige ontwikkeling van de persoonlijkheid. Labeldenken kan dit belemmeren door kinderen in vaste categorieën te plaatsen, waardoor hun leertraject minder flexibel wordt.

Vanuit mensenrechten is het daarom essentieel dat zorg en onderwijs vertrekken vanuit waardigheid, autonomie en inclusie, niet vanuit etikettering.

Duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s)

De duurzame ontwikkelingsdoelstellingen vertalen mensen- en kinderrechten naar concrete maatschappelijke engagementen. 

SDG 3 – Goede gezondheid en welzijn:
Dit doel benadrukt mentale gezondheid en preventie. Psychiatrisering werkt dit tegen wanneer welzijn herleid wordt tot diagnose en medicatie, in plaats van context en ondersteuning.

SDG 4 – Kwaliteitsonderwijs:
SDG 4 pleit voor inclusief en gelijkwaardig onderwijs. Overmatig labelgebruik kan dit ondermijnen wanneer kinderen worden gescheiden in aparte trajecten op basis van diagnoses.

SDG 10 – Ongelijkheid verminderen:
Onderzoek toont aan dat kinderen uit kansarme gezinnen vaker een diagnose krijgen. Labeldenken kan zo bestaande ongelijkheden versterken in plaats van verkleinen.

SDG 16 – Sterke instellingen en rechtvaardigheid:
Een kritische, ethische omgang met diagnostiek en zorgbeleid draagt bij aan rechtvaardige en transparante instellingen.

Samenvattend tonen deze doelen aan dat een kritische omgang met labels noodzakelijk is om gezondheid, gelijkheid en inclusie duurzaam te realiseren.

Deze vragen vormen het vertrekpunt om te onderzoeken wat deze evolutie betekent voor onderwijs en voor de professionele rol van de leraar.